Füll­kell in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈfʏlˌkɛl/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Füll·kell
Plural: Füll­kel­len f de Füll­kell
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: füllen + Kell