Jun­g­volk in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈjʊŋˌfɔlk/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Jung·volk
Niet gebruikt het pluralis n dat Jun­g­volk
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: jung + Volk