Koh­bloom in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈkɔu̯ˌblɔˑu̯m/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Koh·bloom
Plural: Koh­blo­men f de Koh­bloom
Plural: Koh­blö­mer f de Koh­bloom
[1]
geavanceerde woordenschat
naam van en biologische species
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Koh + Bloom