Sa­den­krin­gel in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈsɔːdn̩ˌkɾɪn·ɡəl/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Sa·den·krin·gel
Pluralis: Sadenkringels m de Sa­den­krin­gel
Pluralis: Sadenkringeln m de Sa­den­krin­gel
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: saden + Kringel