ün­ner­kü­tig in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ʏ·nɐˈkyː·tɪç/
bijvoegelijk naamwoord
Afbreking: ün·ner·kü·tig
geen trappen van vergelijking
[1]
geavanceerde woordenschat

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: ünner + Küüt + -ig