Drank­am­mer in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈdɾankˌa·mɐ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Drank·am·mer
Plural: Drank­am­mers m de Drank­am­mer
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Drank + Ammer