Güs­ter in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈɡʏs·tɐ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Güs·ter
f de Güs­ter
[1]
perifere woordenschat
biologische species
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits: