Melkbumm in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈmɛlkˌbʊm/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Melk·bumm
Plural: Melkbum­men f de Melkbumm
Beeld, dat de onderbeduiding illustreerd
User:MarkusHagenlocher, CC-BY-SA-3.0
[1]
perifere woordenschat
actief
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Sett sik tohoop ut: Melk + Bumm