Rönt­gen­strahl in het Nedersaksisch

zelfstandig naamwoord
Afbreking: Rönt·gen·strahl
Plural: Rönt­gen­strah­len m de Rönt­gen­strahl
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
elektromagneetsch Strahl
Nederlands:
voor 'röntgenstraling' pluralis: Röntgenstrahlen
Engels:
für 'Röntgenstrahlung' Plural: Röntgenstrahlen
Examples:
Toveel Röntgenstrahlen maakt Kreevt.

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Röntgen + Strahl