Volks­re­pu­blik in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈfɔlksˌɾɛː·puː·bliːk/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Volks·re·pu·blik
Plural: Volks­re­pu­bli­ken f de Volks­re­pu­blik
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Examples:
China is von de Staatsform en Volksrepublik.

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Volk + Republik