el­ken Maand in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈɛlkn̩ ˈmɔːnt/
frase
Afbreking: el·ken Maand
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Woord afleidt van: Maand