Kin­ner­stuuv in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈkɪ·nɐˌstuːˑf/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Kin·ner·stuuv
Plural: Kin­ner­stu­ven f de Kin­ner­stuuv
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Kind + Stuuv