Spee­napp in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈspɛːˌnap/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Spee·napp
Plural: Spee­näpp m de Spee­napp
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: speen + Napp