Swat­ten Dü­ker in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈsvatn̩ ˈdyː·kɐ/
frase/zelfstandig naamwoord
Afbreking: Swat·ten Dü·ker
Plural: Swar­te Dü­kers m de Swar­te Dü­ker
[1]
perifere woordenschat
naam van en biologische species
Nedersaksisch:
Engels:

Etymologie:

Woord afleidt van: Düker