all­to­maal in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈalˌtɔu̯·mɔːl/
bijwoord
Afbreking: all·to·maal
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: all + to + Maal