Wit­ten­see in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈvɪtn̩ˌzɛː/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Wit·ten·see
Niet gebruikt het pluralis m de Wit­ten­see
Niet gebruikt het pluralis f de Wit­ten­see
[1]
perifere woordenschat
is een eigennaam
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: witt + See