Schriev­book in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈʃɾiːˑfˌbɔu̯k/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Schriev·book
Plural: Schriev­bö­ker n dat Schriev­book
Plural: Schriev­bo­ken n dat Schriev­book
[1]
geavanceerde woordenschat

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: schrieven + Book