Melk­kumm in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈmɛlkˌkʊm/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Melk·kumm
Plural: Melk­kum­men f de Melk­kumm
Plural: Melk­kümm f de Melk­kumm
Plural: Melk­kümm m de Melk­kumm
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Melk + Kumm