Wark­volk in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈva͡ɐkˌfɔlk/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Wark·volk
Niet gebruikt het pluralis n dat Wark­volk
[1]
geavanceerde woordenschat

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: warken + Volk