Doos­moor in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈdɔu̯sˌmɔu̯ɾ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Doos·moor
Niet gebruikt het pluralis n dat Doos­moor
[1]
perifere woordenschat
is een eigennaam
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Woord afleidt van: Moor