Saag­mehl in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈzɔːˑçˌmɛːl/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Saag·mehl
Niet gebruikt het pluralis n dat Saag­mehl
[1]
geavanceerde woordenschat
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: sagen + Mehl