all­na­graad in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈalˌnɔː·ɡɾɔːˑ/
bijwoord
Afbreking: all·na·graad
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: all + nagraad