Scheel­wa­ter in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈʃɛːlˌvɔː·tɐ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Scheel·wa·ter
Niet gebruikt het pluralis n dat Scheel­wa­ter
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Salpetersüür
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: schelen + Water