Wa­ter in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈvɔː·tɐ/ 🔊︎
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Wa·ter
Niet gebruikt het pluralis n dat Wa­ter
Beeld, dat de onderbeduiding illustreerd
Roger McLassus, CC-BY-SA-3.0
[1]
basiswoordenschat
actief
Nedersaksisch:
H²O
Nederlands:
=
water
Engels:
=
water
Duits:
=
Wasser
[2]
geavanceerde woordenschat
actief
Nedersaksisch:
Waterflach
Duits:
[3]
geavanceerde woordenschat
actief
Nedersaksisch:
Engels:
Duits:
[4]
geavanceerde woordenschat
actief
figuratiev
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits: