sta­pel­duun in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈstɔː·pəlˌduːn/
bijvoegelijk naamwoord
Afbreking: sta·pel·duun
geen trappen van vergelijking
[1]
perifere woordenschat
Voorbeelden:
Ik bün güstern bi de Party stapelduun ween.

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Stapel + duun