u­terwind­sch in het Nedersaksisch

Uitspraak: /uː·tɐˈvɪntʃ/ 🔊︎
bijvoegelijk naamwoord
Afbreking: u·ter·wind·sch
uterwindscher uterwindschst
[1]
geavanceerde woordenschat
actief
Nedersaksisch:
ungewöhnlich
Duits:

Etymologie:

Sett sik tohoop ut: uter- + Wind + -sch