Be­geev­nis in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /bəˈɡɛːf·nɪs/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Be·geev·nis
Pluralis: Begeevnissen n dat Be­geef­nis Nordniedersächsisch
Pluralis: Begeevnisse n dat Be­geef­nis
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: begeven + -nis