Quetsch­kum­mood in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈkvɛtʃ·kʊ·moːˑ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Quetsch·kum·mood
Plural: Quetsch­kum­mo­den f de Quetsch­kum­mood
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Woord afleidt van: Kummood