Kum­mood in het Nedersaksisch

Uitspraak: /kʊ·moːˑ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Kum·mood
Plural: Kum­mo­den f de Kum­mood
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Woord afleidt van: kum-