Spie­kermuus in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈspiː·kɐˌmuːs/ 🔊︎
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Spie·ker·muus
Plural: Spie­kermüüs f de Spie­kermuus
Beeld, dat de onderbeduiding illustreerd
Mnolf (talk · contribs), CC-BY-SA-3.0
[1]
geavanceerde woordenschat
actief
Naam van en biologische species
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Sett sik tohoop ut: Spieker + Muus