Pries­skaat in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈpɾiːzˌskɔːt/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Pries·skaat
Niet gebruikt het pluralis m de Pries­skaat
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Pries + Skaat