Bö­ker­schrie­ver in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈbøːy̯·kɐˌʃɾiː·vɐ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Bö·ker·schrie·ver
Pluralis: Bökerschrievers m de Bö­ker­schrie­ver Nordniedersächsisch, Ostfälisch
Pluralis: Bökerschrievers m de Bö­ker­schrie­ver
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Book + Schriever