Eck­smieg in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈɛkˌsmiːˑç/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Eck·smieg
Pluralis: Ecksmiegen f de Eck­smieg
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
schraag Winkel an de Kehlsporen

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Eck + Smieg