wies­loos in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈviːzˌlɔu̯s/
bijvoegelijk naamwoord
Afbreking: wies·loos
geen trappen van vergelijking
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Wies + -loos