Maat­band in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈmɔːtˌbant/ 🔊︎
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Maat·band
Pluralis: Maatbänner n dat Maat­band Westfälisch
Pluralis: Maatbannen n dat Maat­band
[1]
geavanceerde woordenschat

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Maat + Band