an­ne­ren in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈa·nə·ɾən/
voornaamwoord
Afbreking: an·ne·ren
[1]
geavanceerde woordenschat
actief
Nedersaksisch:
nich de sülve
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevorms door: anner + -en