an­ner in het Nedersaksisch

bijvoegelijk naamwoord
Afbreking: an·ner
geen trappen van vergelijking
[1]
basiswoordenschat
Nedersaksisch:
Engels:
Duits:
[2]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
de, de dor op folgt
Nederlands:
Engels:
Duits:
Examples: