still­swie­gens in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈstɪlˌsviː·ɡəns/
bijwoord
Afbreking: still·swie·gens
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Examples:
He is stillswiegens weggahn.

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: still + swiegens