Holt­lüüd in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈhɔltˌlyːˑ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Holt·lüüd
exclusief gebruikt in het pluralis m de Holt­lüüd
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Arbeiders in de Forstweertschop
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Holt + Lüüd