Een­tall in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈɛːnˌtal/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Een·tall
Pluralis: Eentallen f de Een­tall
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
nich Plural
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: een + Tall