Ku­li in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈkʊ·lɪ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Ku·li
Pluralis: Kulis m de Ku­li
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits: