Am­männ­sch in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈamˌmɛnʃ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Am·männsch
Pluralis: Ammännschen f de Am­männ­sch
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Ammann + -sch