Gröön­kohl in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈɡɾøːy̯nˌkɔu̯l/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Gröön·kohl
Niet gebruikt het pluralis m de Gröön­kohl
Beeld, dat de onderbeduiding illustreerd
Rasbak, CC-BY-SA-3.0
[1]
geavanceerde woordenschat
actief
Naam van en biologische species

Etymologie:

Samensteld woord gevorms door: gröön + Kohl