geel sna­cken in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈɡɛːl ˈsnakn̩/
frase
Afbreking: geel sna·cken
[1]
geavanceerde woordenschat
figuratiev
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: geel + snacken