Tan­go in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈtan·ɡɔ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Tan·go
Plural: Tan­gos m de Tan­go
[1]
perifere woordenschat
is een eigennaam
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Examples:
Ik dans geern Tango.