Beestmelk in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈbɛɪ̯stˌmɛlk/ 🔊︎
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Beest·melk
Niet gebruikt het pluralis f de Beestmelk
[1]
geavanceerde woordenschat
actief
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Sett sik tohoop ut: Beest + Melk