Ö­kel­naam in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈøːy̯·kəlˌnɔːˑm/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Ö·kel·naam
Plural: Ö­kel­naams m de Ö­kel­naam Nordniedersächsisch
Plural: Ö­kel­na­men m de Ö­kel­naam
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: ökeln + Naam