Ping­ster­bloom in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈpɪnɡ·stɐˌblɔˑu̯m/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Ping·ster·bloom
Pluralis: Pingsterblomen f de Ping­ster­bloom
Pluralis: Pingsterblömer f de Ping­ster­bloom
[1]
perifere woordenschat
biologische species

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: pingst + Bloom