Uitspraak in het Plat: /pluːstəɾɪç/
bijvoegelijk naamwoord
Afbreking: pluus·te·rig
pluusteriger pluusterigst
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
aufgebläht Meer tonen

Etymologie:

Samengesteld woord gevormd door: pluustern + -ig