Se­sel in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈzɛː·səl/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Se·sel
Pluralis: Seseln f de Se­sel
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Duits:

Etymologie:

Woord afleidt van: Sees